ECLI:NL:CBB:2008:BD0194
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- S.C. Stuldreher
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing overmacht bij vaststelling GLB-inkomenssteun 2006
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw om zijn toeslagrechten op grond van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 vast te stellen zonder rekening te houden met een beroep op overmacht vanwege de uitbraak van mond- en klauwzeer (MKZ) in 2001.
Verweerder heeft het beroep afgewezen omdat niet is aangetoond dat de productiedaling in de referentieperiode 2000-2002 uitsluitend het gevolg was van overmacht. De uitbraak van MKZ kon geen invloed hebben gehad op de aanvraag voor ooipremie in januari 2001, en appellant heeft verklaard dat hij al in 2001 twijfelde over voortzetting van zijn bedrijf, waardoor de productiedaling mede het gevolg was van een ondernemersbeslissing.
Het College oordeelt dat de aanvullende eis van verweerder dat de productie na de overmachtsituatie weer op het oude niveau moet zijn teruggekeerd, gerechtvaardigd is om het oorzakelijk verband te toetsen. Verder is niet gebleken dat appellant een concreet bedrijfsplan had om van melkooien naar vleesooien over te schakelen dat door overmacht werd verhinderd.
Gelet op de feiten en het ontbreken van bewijs dat de productie door overmacht is beperkt, is het beroep ongegrond verklaard en blijft het bestreden besluit in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om geen overmacht te erkennen bij de vaststelling van toeslagrechten is ongegrond verklaard.