ECLI:NL:CBB:2008:BD1388
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over verdachtverklaring en ruiming kalkoenen bij Aviaire Influenza-uitbraak
Appellante exploiteert een kalkoenbedrijf dat tijdens de uitbraak van Aviaire Influenza (AI) in 2003 door de Minister van Landbouw als verdacht werd aangemerkt, waarna preventieve ruiming van de dieren plaatsvond. Het geschil betreft de rechtmatigheid van deze verdachtverklaring en de daarop gebaseerde maatregelen.
De Minister baseerde zijn besluiten op de ligging van het bedrijf binnen een toezichtsgebied en de verspreiding van het virus, waarbij kalkoenbedrijven een verhoogd risico vormden. Appellante betwistte de redelijkheid van de verdachtverklaring, onder meer omdat haar bedrijf op aanzienlijke afstand lag van besmette bedrijven en er geen directe contacten waren.
Het College oordeelt dat de Minister op grond van de feiten en veterinaire adviezen in redelijkheid tot zijn besluiten heeft kunnen komen. De ligging binnen het toezichtsgebied, de verspreiding van het virus en de specifieke gevoeligheid van kalkoenen rechtvaardigen de maatregelen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verdachtverklaring en ruiming van de kalkoenen wordt ongegrond verklaard.