ECLI:NL:CBB:2008:BD1931
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag zetmeelaardappelen wegens te late indiening
Appellante diende haar verzamelaanvraag voor de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 op 21 augustus 2006 in, terwijl de uiterste indieningsdatum 31 mei 2006 was, met een coulancetermijn tot 26 juni 2006. Verweerders wezen de aanvraag af wegens te late indiening. Appellante stelde dat zij de aanvraag op 18 mei 2006 had verzonden, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen.
Het College oordeelde dat de datum van ontvangst bij de Dienst Regelingen leidend is en dat de aanvraag pas op 21 augustus 2006 is ontvangen. De stelling van appellante dat de aanvraag eerder was verzonden en zoekgeraakt kon zijn, werd niet aannemelijk geacht. Ook het beroep op overmacht vanwege ziekte en zorgverplichtingen werd verworpen, omdat dit geen abnormale en onvoorzienbare omstandigheden opleverde.
Het College stelde dat de Dienst Regelingen niet verplicht was appellante te waarschuwen tijdens de coulancetermijn en dat appellante zelf ook initiatief had kunnen nemen. De mandaatregeling gaf de teammanager Recht en Rechtsbescherming de bevoegdheid om het besluit te nemen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wegens te late indiening wordt ongegrond verklaard.