ECLI:NL:CBB:2008:BD4036
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen weigering elektronische aanvraag MEP-subsidie en proceskostenveroordeling
Appellante diende op 31 december 2004 een digitale aanvraag in voor MEP-subsidie via de website van EnerQ, gevolgd door toezending van een ondertekend formulier per post op 5 januari 2005. Verweerster verklaarde de aanvraag pas op 5 januari 2005 ontvangen te hebben en wees het bezwaar van appellante tegen deze ontvangstdatum af.
Het geschil betrof de vraag of de elektronische aanvraag als formele aanvraag kon worden beschouwd en daarmee de subsidieverlening met ingang van 31 december 2004 kon ingaan. Het College onderzocht de toepasselijkheid van artikel 2:13 Awb Pro en de Elektriciteitswet 1998 met bijbehorende regeling.
Het College concludeerde dat geen expliciet wettelijk verbod bestaat op elektronische indiening van de aanvraag en dat de vormvoorschriften geen onoverkomelijke belemmering vormen voor elektronische indiening. Het College oordeelde dat verweerster ten onrechte de elektronische aanvraag niet als formele aanvraag heeft erkend en dat het bestreden besluit daarom vernietigd moet worden.
Daarnaast wees het College de proceskostenveroordeling toe aan appellante en bepaalde dat verweerster het betaalde griffierecht moet vergoeden. Verweerster wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen in lijn met deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerster veroordeeld tot proceskostenvergoeding.