ECLI:NL:CBB:2008:BD4039
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen weigering elektronische subsidieaanvraag MEP windenergie
Appellante diende op 31 december 2004 een digitale aanvraag in voor MEP-subsidie via de website van EnerQ, gevolgd door een ondertekend formulier per post op 5 januari 2005. Verweerster weigerde de elektronische aanvraag te erkennen en stelde de ontvangstdatum op 5 januari 2005, waarna zij de subsidie verleende met ingang van die datum.
Appellante voerde aan dat de elektronische aanvraag als formele aanvraag moest worden beschouwd, mede op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Wet elektronisch bestuurlijk verkeer (Webv), en dat zij niet in de gelegenheid was gesteld haar aanvraag aan te vullen, wat strijdig zou zijn met het zorgvuldigheidsbeginsel.
Het College oordeelde dat de wettelijke bepalingen geen expliciet verbod op elektronische indiening bevatten en dat de vormvoorschriften geen functie vervullen die niet elektronisch kan worden gerealiseerd. De elektronische aanvraag was derhalve ontvankelijk en de datum van 31 december 2004 moest als ontvangstdatum gelden. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerster werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerster veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerster wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.