ECLI:NL:CBB:2008:BD5224
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag specifieke premierechten zoogkoeien en berekening bedrijfsomvang
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor specifieke premierechten zoogkoeien 2004, omdat zijn bedrijf volgens verweerder niet voldeed aan de minimumnorm van 60 Nederlandse grootte-eenheden (nge). Appellant betwistte de berekening van verweerder en stelde dat bepaalde percelen en gewassen ten onrechte buiten beschouwing waren gelaten of verkeerd waren gewaardeerd.
Tijdens de procedure werd vastgesteld dat appellant onder meer een perceel in Lisse niet zelf beheerde, maar alleen de oogst kocht, en dat een perceel op Texel correct was meegeteld met 1 hectare. Verweerder had de vaste planten niet meegeteld vanwege onvoldoende bewijs. De toegepaste nge-norm voor fritillaria’s was de restcategorie ‘Overige bol- en knolgewassen’ met een norm van 15,2727 nge per hectare, wat appellant betwistte en een hogere norm eiste.
Het College oordeelde dat de toegepaste norm een algemeen verbindend voorschrift is en dat het hanteren van een restcategorie voor weinig gekweekte gewassen niet onrechtmatig is. Appellant had geen bedrijfsspecifieke berekening van het LEI overlegd, die nodig is voor een afwijkende norm, en de door hem overgelegde algemene studie was onvoldoende. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor specifieke premierechten zoogkoeien wordt afgewezen wegens onvoldoende bedrijfsomvang.