ECLI:NL:CBB:2008:BE9660
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing afwijzing ontheffing uitbreidingsverbod dierlijke meststoffen
Appellanten verzochten om ontheffing van het uitbreidingsverbod voor dierlijke meststoffen, maar hun aanvraag werd afgewezen omdat het bedrijf op de peildatum 13 april 2005 niet op hun naam was geregistreerd. Zij hadden het bedrijf pas op 21 juli 2005 gekocht. Appellanten voerden aan dat zij de bedrijfsvoering ongewijzigd voortzetten en dat de registratie-eis het doel van de regeling ondermijnt.
Het College oordeelt dat de registratie-eis in artikel 114 van Pro de Uitvoeringsregeling geen algemeen verbindend voorschrift is maar een beleidsregel. De motivering van het besluit is onvoldoende draagkrachtig, zodat het beroep gegrond is en het besluit wordt vernietigd wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro.
Desalniettemin blijft het College de rechtsgevolgen van het besluit in stand op grond van artikel 8:72 Awb Pro, omdat verweerder redelijkerwijs tot het beleid heeft kunnen komen om anticipatiegedrag te voorkomen en het doel van de regeling te dienen. Appellanten hebben geen bijzondere omstandigheden gesteld die een uitzondering rechtvaardigen.
De proceskosten worden niet aan verweerder opgelegd, maar appellanten krijgen het griffierecht vergoed. Het geschil draait om de uitleg en toepassing van de registratie-eis in de ontheffingsregeling onder de Meststoffenwet en de verhouding tussen beleidsregels en algemeen verbindende voorschriften.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.