ECLI:NL:CBB:2008:BF0853
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- E.R. Eggeraat
- M.A. van der Ham
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit subsidie maximering vollasturen duurzame elektriciteit
Appellante, een varkensbedrijf, vroeg subsidie aan voor een biomassavergistingsinstallatie. De Minister van Economische Zaken verleende subsidie met een maximum van 7.000 vollasturen per jaar als basis voor de subsidiehoogte. Appellante maakte bezwaar omdat zij meende dat deze maximering niet realistisch was en de werkelijke capaciteit van haar installatie hoger lag.
De Minister handhaafde het besluit, stellende dat de maximering gebaseerd was op berekeningsaannames van het Energieonderzoek Centrum Nederland en het kader van staatssteunregels. Het College oordeelde echter dat de maximering van 7.000 vollasturen niet in de regeling was opgenomen en dat het aanvraagformulier geen normstellende functie heeft.
Het College stelde vast dat een hogere productie technisch mogelijk is en dat de Minister had moeten beoordelen of de door appellante opgegeven hogere vollasturen aannemelijk waren. Door dit na te laten was het besluit ontoereikend gemotiveerd en vernietigde het College het besluit. Tevens werden de proceskosten aan appellante toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot maximering van 7.000 vollasturen wordt vernietigd.