ECLI:NL:CBB:2008:BF1166
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking taxivergunning wegens onvoldoende vakbekwaamheid
Appellant, exploitant van een taxibedrijf, kreeg op 2 februari 2002 een vergunning voor taxivervoer. Deze vergunning werd op 5 januari 2007 ingetrokken door de Minister van Verkeer en Waterstaat wegens het niet voldoen aan de vakbekwaamheidseis. Appellant voerde aan dat zijn procuratiehouder wel degelijk permanent en daadwerkelijk leiding gaf aan de onderneming, wat volgens hem voldeed aan de vakbekwaamheidseis.
Het College oordeelt dat de minister bevoegd is om de vergunning in te trekken indien niet aan de vakbekwaamheidseis wordt voldaan. Uit het onderzoek, waaronder een ingevuld formulier door de procuratiehouder, blijkt dat diens werkzaamheden vooral toezichthoudend en adviserend van aard zijn, zonder daadwerkelijke en permanente leiding over de onderneming.
Het College verwijst naar de Nota van Toelichting bij het Besluit personenvervoer 2000, waarin permanent en daadwerkelijk leidinggeven inhoudt dat de vakbekwame persoon betrokken moet zijn bij strategische en operationele beslissingen. Appellant heeft onvoldoende bewijs geleverd dat dit het geval is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de vergunning gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de taxivergunning wordt ongegrond verklaard en de intrekking gehandhaafd.