ECLI:NL:CBB:2008:BF6370
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- B. Verwayen
- J.L.W. Aerts
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Vernietiging subsidies afwijzing wegens vaste bouwlocatie niet vereist voor scheepswerf
Appellante had subsidie aangevraagd voor de bouw van twee productentankers op grond van de Tijdelijke regeling ordersteun scheepsnieuwbouw. Verweerder wees de aanvragen af omdat appellante niet kwalificeerde als scheepswerf, met name vanwege het ontbreken van een vaste bouwlocatie ten tijde van de aanvraag.
Het College oordeelt dat de definitie van scheepswerf in de regeling ruim is en dat het hebben van een vaste bouwlocatie geen onderdeel is van die definitie. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom dit criterium doorslaggevend zou zijn. Bovendien blijkt uit de feiten dat appellante op vergelijkbare wijze werkt als andere ondernemingen die wel subsidie ontvingen.
Het College vernietigt daarom de bestreden besluiten en draagt verweerder op opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: De subsidies worden toegekend doordat het ontbreken van een vaste bouwlocatie geen reden is voor afwijzing; de bestreden besluiten worden vernietigd.