ECLI:NL:CBB:2008:BF8912
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- F. Stuurop
- Rechtspraak.nl
Herziening toeslagrechten na overlijden bedrijfshoofd en overmacht in GLB-inkomenssteun 2006
Appellante, een landbouwmaatschap, maakte bezwaar tegen de vaststelling van haar toeslagrechten op grond van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006. Zij stelde dat het plotselinge overlijden van een van de bedrijfshoofden in 1999 een overmachtsituatie veroorzaakte die de productie in de referentieperiode 2000-2002 nadelig beïnvloedde. Hierdoor verzocht zij om berekening van het referentiebedrag op basis van de alternatieve referentieperiode 1997-1999.
Verweerder wees dit verzoek af omdat onvoldoende was aangetoond dat het andere bedrijfshoofd niet in staat was de productie op peil te houden en de productiedaling deels het gevolg was van ondernemersbeslissingen. Het College oordeelde echter dat het overlijden van het bedrijfshoofd inderdaad een overmachtsituatie vormde die leidde tot een tijdelijke stopzetting van de maïsteelt, welke rechtstreeks samenhing met het overlijden. Dit maakte de productie in 2000 niet representatief.
Het College vernietigde het bestreden besluit voor zover het de gewone toeslagrechten betrof en bepaalde dat verweerder opnieuw op bezwaar moest beslissen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor de gewone toeslagrechten, met opdracht tot hernieuwde beslissing.