In artikel 1, aanhef en onder B sub 4 van het op de Wtg gebaseerde Besluit werkingssfeer WTG 1992 waren tandarts-specialisten in de dentomaxillaire orthopaedie aangewezen als organen voor gezondheidszorg.
Ingevolge artikel 124, eerste lid, van de op 1 januari 2007 in werking getreden
Wet marktordening gezondheidszorg worden besluiten van het College tarieven gezondheidszorg (Ctg) na inwerkingtreding van deze wet aangemerkt als besluiten van verweerster. Het Ctg zal hierna evenals de Nederlandse Zorgautoriteit worden aangeduid als verweerster.
2.2 Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het College komen vast te staan.
- Appellant heeft op 31 maart 2005 bij verweerster een verzoek ingediend om een tarief vast te stellen voor röntgenbeeldvorming door middel van een IS-I Cat Cone Beam 3-D dental imaging systeem (hierna: I-Cat). Bij het verzoek heeft appellant een op zijn praktijk gebaseerde kostenberekening gevoegd, uitgaande van 350 opnamen met de I-Cat per jaar, waarvan 250 voor derden. Na het uitblijven van een reactie van verweerster, heeft appellant zijn verzoek herhaald bij brief van 9 juni 2005.
- Bij brief van 20 juni 2005 heeft verweerster appellant bericht dat het verzoek niet past binnen de voorwaarden van de geldende beleidsregels voor de dentomaxillaire orthopaedie (waaronder: “De lijst van orthodontische hulp met bijbehorende puntenaantallen”, hierna: Beleidsregel) en daarom in principe afgewezen zou moeten worden. Omdat de beleidsregels echter onderdeel vormen van het overleg met de erkende, representatieve organisaties (waaronder de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (NMT), de Associatie Nederlandse Tandartsen (ANT) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN)) en verweerster zich op het standpunt heeft gesteld dat een tariefsystematiek ruimte zou moeten geven aan substantiële nieuwe technologische ontwikkelingen, is het verzoek van appellant, onder aanhouding van een beslissing, doorgezonden naar eerder genoemde organisaties met het verzoek daarop voor 1 augustus 2005 te reageren.
- Vervolgens hebben appellant en verweerster gecorrespondeerd over de toepasselijkheid van de Beleidsregel op I-Cat verrichtingen en de mogelijkheid om de Beleidsregel als basis voor tarifering aan te wenden.
- Bij besluit van 28 juli 2005 heeft verweerster het verzoek van appellant afgewezen op de grond dat het niet past binnen de vigerende beleidsregels.
- Bij brief van 29 juli 2005 heeft NMT een reactie gegeven op het tariefverzoek van appellant. Naar de opvatting van NMT is sprake van een belangwekkende innovatieve ontwikkeling die een aanzienlijke bijdrage kan leveren aan (verdere) verhoging van het kwaliteitsniveau van diagnoses en is de aangeleverde kostenonderbouwing aannemelijk, maar kan de vraag worden gesteld of de aan het verzoek ten grondslag liggende aanname van 250 opnamen voor derden niet te optimistisch is en of hierdoor de normatieve praktijkuitoefening geen gevaar loopt.
- Bij brief van 11 augustus 2005 heeft ZN een reactie gegeven op het tariefverzoek. Daarbij is gesteld dat het verzoek niet met NMT is besproken en dat het ZN aan inhoudelijk inzicht in de toegevoegde waarde van de I-Cat in de gangbare behandelingsmodaliteiten ontbreekt. ZN stelt dat als deze techniek structureel wordt toegepast, het onderdeel zou moeten zijn van het totale tariefonderbouwingstraject en dat een individuele aanvraag niet separaat in behandeling moet worden genomen.
In dat licht bezien acht ZN afwijzing van het verzoek logisch.
- Bij brief van 25 augustus 2005 heeft appellant bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn verzoek.
- Verweerster heeft het bezwaar bij brief van 15 november 2005 ter kennisneming gezonden aan de representatieve organisaties.
- Op 19 december 2005 heeft een hoorzitting plaatsgevonden.
- Bij brief van 18 januari 2006 heeft verweerster appellant bericht dat de beslissing op bezwaar gedurende 3 maanden zal worden aangehouden, zodat de resultaten van besluitvorming in het technisch overleg kunnen worden meegenomen in de beslissing op bezwaar. Hieraan heeft verweerster bij brief van 1 februari 2006 toegevoegd dat, zoals besproken tijdens de hoorzitting, inmiddels aan het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) een verzoek is gedaan een doelmatigheidsonderzoek uit te voeren naar toepassing van de I-Cat en dat ook aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg (hierna: Inspectie) een reactie is gevraagd over het gebruik van een dergelijk apparaat.
- Bij brief aan appellant van 14 maart 2006 heeft verweerster namens CVZ verzocht om aanvullende informatie over het gebruik van de I-Cat.
- Bij brief van 16 maart 2006 heeft de Inspectie verweerster gemeld dat slechts in het algemeen kan worden ingegaan op de doelmatigheidsvraag omdat zij de I-Cat niet kent en geen uitgebreide informatie ter beschikking is gesteld. Op basis van de ter beschikking staande gegevens oordeelt de Inspectie dat het de vraag is of een regiofunctie voor dit soort apparaten vanwege de extreem hoge kosten buiten de ziekenhuizen gewenst is.
- Bij brief van 20 maart 2006 heeft appellant op het informatieverzoek van verweerster gereageerd.
- Bij e-mail aan verweerster van 30 maart 2006 heeft CVZ naar aanleiding van die informatie gesteld dat door appellant slechts in algemene termen wordt ingegaan op de doelmatigheidsvragen en dat uit de beschikbare informatie blijkt dat de kosten van (gebruik van) het betreffende apparaat hoger zijn dan de gebruikelijke apparatuur en dat de meerwaarde voor de orthodontische behandeling niet is aangetoond.
- Bij brief van 13 april 2006 heeft NMT aan ZN het verzoek gedaan gezamenlijk een voorstel tot modernisering van de tarieven van orthodontisten voor te leggen aan verweerster. In dit voorstel is onderzoek met behulp van de I-Cat verdisconteerd.
- Bij brief van 28 april 2006 heeft verweerster appellant bericht dat diens verzoek zal worden voorgelegd aan de Commissie Cure-vrije beroepsoefenaren alvorens op het bezwaar zal worden beslist.
- Ten behoeve van de vergadering van voormelde commissie van 9 mei 2006 heeft het secretariaat van verweerster in een nota aan de representatieve organisaties onder meer de vraag voorgelegd of kan worden ingestemd met het voorstel de verrichting met de I-Cat op te nemen in de beleidsregel inzake prestatiebeschrijvingen.
- Bij brief van 18 mei 2006 heeft verweerster de representatieve organisaties naar aanleiding van de vergadering van 9 mei 2006 verzocht te bevestigen dat het verzoek van appellant zal worden meegenomen in hun overleg over de totale tariefstructuur orthodontie.
- Nadat gebleken is dat dit overleg niet tot overeenstemming had geleid, heeft verweerster appellant bij brief van 29 augustus 2006 bericht dat zijn bezwaar weer in behandeling wordt genomen en heeft appellant verweerster op 1 september 2006 verzocht op het bezwaarschrift te beslissen.
- Bij brief van 4 september 2006 heeft NMT een eenzijdig tariefverzoek bij verweerster ingediend met betrekking tot aanvulling van de verrichtingen- en tarievenlijst voor orthodontisten en gesteld dat ANT zich achter het voorstel heeft geschaard.
Het verzoek heeft mede betrekking op onderzoek met behulp van de I-Cat.
- Vervolgens heeft verweerster het bestreden besluit genomen.