ECLI:NL:CBB:2008:BH0863
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Verwayen
- J.L.W. Aerts
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen tuchtmaatregel wegens overtreding teeltverbod knolcyperus niet-ontvankelijk wegens ontbreken ondernemerschap
Appellant werd door het tuchtgerecht een geldboete opgelegd wegens het niet verwijderen van knolcyperus op een perceel grond. Het tuchtgerecht achtte appellant gebonden aan de Verordening HPA bestrijding knolcyperus 2004, omdat hij eigenaar en gebruiker was van braakliggende grond waarop knolcyperus was aangetroffen.
Appellant voerde in beroep aan dat hij geen ondernemer is, geen agrarisch bedrijf runt en de grond feitelijk niet in agrarisch gebruik heeft, omdat deze verkocht is aan een projectontwikkelaar voor een industriële bestemming. Hij stelde zich niet gebonden aan de Verordening en betwistte de toepasselijkheid van tuchtrechtelijke maatregelen.
Het College oordeelde dat appellant niet valt onder de doelgroep van de Verordening, omdat hij geen handelingen verricht die bedrijfsmatig in de ondernemingen waarvoor het hoofdproductschap is ingesteld, worden verricht. Het beheren van braakliggende grond in afwachting van overdracht en bouwactiviteiten is geen bedrijfsmatige handeling in de zin van de Verordening.
Het College verwierp de uitleg van het tuchtgerecht en het hoofdproductschap dat het beheer van braakliggende grond als zodanig een bedrijfsmatige handeling is. Ook werd geen aanleiding gezien voor een ruime uitleg van derdenbinding die buiten de kring van beroepsgenoten valt.
Het beroep werd gegrond verklaard, de tuchtuitspraak vernietigd en bepaald dat aan appellant geen tuchtmaatregel wordt opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de tuchtuitspraak vernietigd; aan appellant wordt geen tuchtmaatregel opgelegd.