ECLI:NL:CBB:2008:BH2585
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- E.R. Eggeraat
- M.A. van der Ham
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Beoordeling energie-investeringsaftrek voor investering in nieuwe scheepsmotor
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Economische Zaken waarin het bezwaar tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor energie-investeringsaftrek (EIA) werd ongegrond verklaard. De aanvraag betrof een investering in de hermotorisatie van een binnenvaartschip, waarbij de energiebesparing de vereiste drempel van 0,4 Nm³ aardgasequivalent per geïnvesteerde euro niet zou halen.
Verweerder baseerde zijn besluit op een berekening van het historisch energieverbruik van de oude motor, afgezet tegen een schatting van het verbruik van de nieuwe motor op basis van testgegevens van de fabrikant. Praktijkcijfers van de nieuwe motor werden niet meegenomen vanwege variabele omstandigheden en de korte gebruiksperiode bij melding.
Appellant stelde dat de werkelijke praktijkcijfers van de nieuwe motor gebruikt hadden moeten worden, waarmee de besparing ruim aan de eis zou voldoen. Het College oordeelde echter dat de variabelen het verbruik beïnvloeden en dat de praktijkcijfers onvoldoende betrouwbaar en representatief zijn. Ook verwees het College naar het belang van een consistente en objectieve uitvoeringspraktijk.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Het College zag geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten. De uitspraak bevestigt de beoordelingsmethode van verweerder en benadrukt het belang van objectieve schattingen bij de vaststelling van energiebesparing voor EIA.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag energie-investeringsaftrek voor de nieuwe scheepsmotor wordt ongegrond verklaard.