ECLI:NL:CBB:2008:BH2608
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- E.R. Eggeraat
- M.A. van der Ham
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing energie-investeringsaftrek voor nieuwe scheepsmotor binnenvaart
Appellanten, samen de vennootschap onder firma A, vroegen afzonderlijk een verklaring energie-investeringsaftrek (EIA) aan voor een nieuwe voortstuwingsmotor voor een binnenvaartschip. Verweerder wees deze aanvragen af omdat de investering niet voldeed aan de vereiste energiebesparing van minimaal 0,4 Nm³ aardgasequivalent per geïnvesteerde euro.
Verweerder baseerde zijn afwijzing op een berekening waarbij het historisch energieverbruik van de oude motor werd vastgesteld aan de hand van bunkergegevens en draaiuren, en dit werd afgezet tegen een schatting van het energieverbruik van de nieuwe motor op basis van testgegevens van de fabrikant. Appellanten stelden dat verweerder had moeten uitgaan van werkelijke praktijkcijfers van het brandstofverbruik van de nieuwe motor, wat volgens hen een hogere energiebesparing zou aantonen.
Het College oordeelde dat verweerder terecht de schatting op basis van testprotocollen hanteerde, omdat de praktijkcijfers beïnvloed worden door variabelen zoals vaarsnelheid en beladingsgraad die niet objectief vergelijkbaar zijn. Ook is de periode waarin praktijkcijfers beschikbaar zijn te kort voor een betrouwbare vergelijking. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de EIA-verklaringen gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de energie-investeringsaftrek voor de nieuwe scheepsmotor wordt gehandhaafd.