ECLI:NL:CBB:2008:BH2616
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- E.R. Eggeraat
- M.A. van der Ham
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Beoordeling energie-investeringsaftrek bij investering in nieuwe scheepsmotoren
Appellanten, gezamenlijk handelend als vennootschap onder firma, hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Economische Zaken waarin hun aanvragen voor energie-investeringsaftrek (EIA) werden afgewezen. De investeringen betroffen hermotorisatie van een binnenvaartschip met een totaalbedrag van €182.500,-. De afwijzing was gebaseerd op het oordeel dat de energiebesparing niet voldeed aan de vereiste minimum van 0,4 Nm³ aardgasequivalent per geïnvesteerde euro per jaar.
Verweerder had het historisch energieverbruik van de oude motoren berekend op basis van bunkergegevens en draaiuren, en het energieverbruik van de nieuwe motoren geschat aan de hand van testgegevens van de fabrikant. Appellanten stelden dat verweerder had moeten uitgaan van praktijkcijfers van het nieuwe motorverbruik, die een hogere besparing zouden aantonen.
Het College oordeelde dat verweerder terecht uitging van een schatting op basis van testprotocollen, omdat praktijkcijfers beïnvloed worden door variabelen zoals vaarsnelheid en beladingsgraad, die niet zijn vastgesteld als gelijk. Ook is de periode van praktijkmetingen te kort om betrouwbare conclusies te trekken. De berekende energiebesparing voldoet niet aan de norm, waardoor de afwijzing terecht is gehandhaafd. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de energie-investeringsaftrek voor nieuwe scheepsmotoren wordt ongegrond verklaard.