ECLI:NL:CBB:2009:BH2651
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor gebruik niet-geijkt weegsysteem bij meststoffen
Verzoekster, een intermediaire onderneming die meststoffen transporteert, gebruikte een aslastweegsysteem dat niet geijkt was volgens de geldende regelgeving. Verweerder, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, legde haar een last onder dwangsom op wegens het niet voldoen aan artikel 76, eerste lid, Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, dat voorschrijft dat het gewicht van dierlijke meststoffen moet worden bepaald met een geijkt weegwerktuig.
Verzoekster betwistte de eis van geijktheid, stellende dat deze niet uitdrukkelijk in de wet is opgenomen en dat de toelichting niet bindend is. Verweerder stelde dat de eis voortvloeit uit de IJkwet en Richtlijn 90/384/EEG, die voorschrijven dat weegwerktuigen geijkt moeten zijn voor wettelijke toepassingen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de eis van geijktheid niet voldoende duidelijk, voorzienbaar en kenbaar in artikel 76, eerste lid, Uitvoeringsregeling Meststoffenwet is opgenomen. Ook is de bestuursdwangbevoegdheid van verweerder beperkt tot verplichtingen uit de Meststoffenwet zelf, waardoor de eis uit andere wetgeving niet zonder meer kan worden toegepast. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en het besluit geschorst totdat het College op het beroep beslist.
Verzoekster kreeg tevens vergoeding van griffierecht en proceskosten toegewezen. De uitspraak betreft een voorlopig oordeel dat niet bindend is voor de bodemprocedure.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het bestreden besluit geschorst.