ECLI:NL:CBB:2009:BH2892
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over uitsluiting slachtpremie kalveren wegens aanwezigheid chlooramfenicol
Appellante, een bedrijf met twee vestigingen, werd uitgesloten van de slachtpremieregeling 2003 omdat in urine van een kalf chlooramfenicol werd aangetroffen, een verboden stof. De controle vond plaats op één vestiging, maar verweerder beschouwde beide vestigingen als één bedrijf conform EU-verordening. Appellante betwistte de uitsluiting, onder meer vanwege onzorgvuldigheden in monstername en rapportage, en het ontbreken van een contra-expertise.
Het College stelde vast dat het bestreden besluit niet deugdelijke motivering bevatte, met name door onjuiste informatie over de toegestane hoeveelheid chlooramfenicol en de minimale prestatielimiet van analysemethoden. Desondanks oordeelde het College dat de uitsluiting op grond van artikel 23 van Pro Verordening (EG) nr. 1254/1999 terecht was, omdat de verboden stof was aangetroffen.
Verder werd geoordeeld dat het niet aanbieden van een contra-expertise geen schending van rechtsregels opleverde, aangezien appellante niet expliciet om een tweede monster had gevraagd en zij geacht wordt op de hoogte te zijn van deze mogelijkheid. De administratieve verwerking en betrouwbaarheid van de positieve test werden als voldoende beoordeeld, ondanks enkele administratieve fouten.
Het College vernietigde het bestreden besluit wegens motiveringsgebrek, maar handhaafde de rechtsgevolgen van uitsluiting en terugvordering. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen van de uitsluiting en terugvordering blijven in stand.