ECLI:NL:CBB:2009:BI1625
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E.R. Eggeraat
- J.L.W. Aerts
- J. Borgesius
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor onvoldoende gekoelde bederfelijke levensmiddelen bij verkoopwagen
Op 3 oktober 2006 werd tijdens een inspectie door de Voedsel en Waren Autoriteit vastgesteld dat appellant onverpakte, gemarineerde rauwe kippen niet op de voorgeschreven maximale temperatuur van 7°C had bewaard, maar op 14,4°C en 14,8°C. Dit vormde een overtreding van artikel 15 van Pro het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen. De minister legde daarop een boete van €450,- op.
Appellant stelde in hoger beroep dat de overtreding het gevolg was van een onopgemerkt moment van onachtzaamheid tijdens schoonmaakwerkzaamheden en dat de boete niet evenredig was, mede gelet op een latere vergelijkbare overtreding die slechts met een waarschuwing werd bestraft. De minister verwees naar een eerdere overtreding in 2005 en het gewijzigde interventiebeleid dat bij herhaalde overtredingen direct boetes voorschrijft.
Het College oordeelde dat appellant de overtreding niet voldoende heeft betwist en dat de boete terecht en proportioneel is opgelegd. De ernst van het risico voor de volksgezondheid en het feit dat het een herhaalde overtreding betrof, rechtvaardigen de sanctie. De eerdere waarschuwing in een vergelijkbare zaak was volgens het College een fout die niet tot herhaling hoeft te leiden. De financiële omstandigheden van appellant en het feit dat het om een relatief kleine hoeveelheid kippen ging, rechtvaardigen geen matiging van de boete.
Het College bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank Rotterdam en handhaafde de boete van €450,- zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het College bevestigt de boete van €450,- voor het niet naleven van de bewaartemperatuurvoorschriften.