ECLI:NL:CBB:2009:BI1627
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E.R. Eggeraat
- J.L.W. Aerts
- J. Borgesius
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgrondslag bestuurlijke boete bij wijziging wettelijke voorschriften
In deze zaak ging het om een bestuurlijke boete van €450,- opgelegd aan A wegens het niet werken met een voedselveiligheidsplan en hygiënecode in een snackbar. De overtreding vond plaats op 7 juli 2005, vóór de inwerkingtreding van Verordening (EG) 852/2004 op 1 januari 2006.
De minister wijzigde de rechtsgrondslag van de boete in bezwaar en beroep naar de Europese verordening, terwijl de rechtbank oordeelde dat dit onjuist was omdat de overtreding plaatsvond vóór de nieuwe regeling. De minister stelde dat bij de bezwaarprocedure het besluit ex nunc wordt getoetst aan de op dat moment geldende wetgeving, mits geen benadeling van de overtreder.
Het College oordeelde dat bij punitieve sancties de beoordeling in eerste aanleg moet uitgaan van de wetgeving ten tijde van de overtreding. De wijziging naar de Europese verordening was slechts een technische wijziging zonder wijziging van de materiële norm, en rechtvaardigde geen toepassing van de nieuwe regeling met terugwerkende kracht.
Daarom bevestigde het College de uitspraak van de rechtbank dat de wijziging van de rechtsgrondslag onjuist was en het besluit vernietigd moest worden. De boete blijft echter definitief verschuldigd op grond van de oorspronkelijke wettelijke regeling.
Uitkomst: Het College bevestigt dat de bestuurlijke boete niet op een na de overtreding ingevoerde wettelijke regeling mag worden gebaseerd en vernietigt het besluit wegens onjuiste grondslag.