ECLI:NL:CBB:2009:BI6138
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving vervoersbewijsplicht dierlijke meststoffen
Appellant, bestuurder van een Pools bedrijf C, werd een last onder dwangsom opgelegd wegens het niet opmaken van vervoersbewijzen bij het vervoer van dierlijke meststoffen op 13 maart 2007. Verweerder stelde dat appellant als feitelijk leidinggevende verantwoordelijk was en dat geen sprake was van intern transport binnen een landbouwbedrijf, waarvoor geen vervoersbewijs vereist is.
Appellant voerde aan dat sprake was van intern transport omdat mest was opgeslagen in gehuurde silo’s en dat de huurovereenkomst geldig was. Ook stelde hij dat de last onder dwangsom onredelijk hoog was en dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom alleen hij werd aangesproken.
Het College oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het vervoer intern was en dat de huurovereenkomst nietig was wegens het ontbreken van een reële tegenprestatie en het tijdstip van de overeenkomst. Appellant was feitelijk leidinggevende en had de last onder dwangsom terecht opgelegd gekregen. De hoogte van de dwangsom was proportioneel en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens het niet opmaken van vervoersbewijzen bij het vervoer van dierlijke meststoffen wordt ongegrond verklaard.