ECLI:NL:CBB:2009:BI7285
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- E.R. Eggeraat
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen vergunningweigering op grond van betrouwbaarheidstoets Wet financieel toezicht
Verzoekers, A B.V. en C, hebben een vergunningaanvraag ingediend bij de AFM, die deze heeft geweigerd op grond van twijfel aan de betrouwbaarheid van C, conform artikel 15 van Pro het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo). De rechtbank verklaarde het beroep van verzoekers ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) en een voorlopige voorziening vroegen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang aanwezig was omdat de vergunningweigering ertoe leidde dat A haar activiteiten niet mocht voortzetten en haar inschrijving in het register van AFM werd doorgehaald. De voorzieningenrechter vond dat verzoekers hun activiteiten mochten voortzetten met beperkingen: geen nieuwe cliënten aannemen en geen nieuwe producten aanbieden aan bestaande cliënten.
De inhoudelijke beoordeling van de juridische gronden van het geschil, waaronder de toetsing van artikel 15 BGfo Pro aan nationaal en internationaal recht, wordt door het College in meervoudige samenstelling behandeld. De voorlopige voorziening werd toegekend omdat het belang van verzoekers om hun activiteiten voort te zetten zwaarder woog dan het belang van onmiddellijke uitvoering van het bestreden besluit.
Daarnaast werd AFM veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak benadrukt de balans tussen het waarborgen van integriteit in de financiële sector en het beschermen van de belangen van vergunninghouders tijdens lopende procedures.
Uitkomst: Verzoekers krijgen voorlopige voorziening waardoor zij hun bestaande activiteiten mogen voortzetten met beperkingen tijdens het hoger beroep.