ECLI:NL:CBB:2009:BJ0709
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- E.R. Eggeraat
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrondverklaring tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar rond verdenking runderbrucellose
Appellant werd op 31 oktober 2006 door verweerder aangewezen als houder van runderen verdacht van runderbrucellose, met een verdenkingsperiode van 14 maanden en een verblijfplaatsbeperking. Appellant ontving dit besluit naar eigen zeggen nooit en maakte daarom geen bezwaar binnen de wettelijke termijn. Pas in 2007 diende appellant bezwaar in nadat hij alsnog kennis kreeg van het besluit.
Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn en voerde aan dat het besluit op 1 november 2006 was verzonden, ondersteund door een verzendstempel en geautomatiseerde verzendgegevens. Appellant betwistte de ontvangst en stelde dat verweerder het bewijsrisico droeg.
Het College oordeelde dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het besluit daadwerkelijk op 1 november 2006 was verzonden. De ontvangst ontbrak en de verzendadministratie was onvoldoende betrouwbaar. Hierdoor begon de bezwaarperiode pas op 2 april 2007, toen appellant het besluit daadwerkelijk ontving. Ook als het besluit wel op 1 november 2006 was verzonden, was het bezwaar tijdig omdat appellant de ontvangst niet ongeloofwaardig ontkende en spoedig bezwaar maakte na kennisname.
Verder stelde het College vast dat verweerder ten onrechte niet op het bezwaar tegen het nadeelcompensatiebesluit had beslist. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen.