ECLI:NL:CBB:2009:BJ2429
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bedrijfstoeslag wegens te late indiening zonder overmacht
Appellant diende op 11 mei 2007 een gecombineerde opgave in zonder aan te geven dat hij toeslagrechten wilde laten uitbetalen. Pas op 27 juni 2008 verzocht hij alsnog om uitbetaling, wat na de uiterste indieningsdatum van 15 mei 2007 was. Verweerder wees de aanvraag af wegens termijnoverschrijding en het ontbreken van overmacht.
Appellant voerde aan dat sprake was van een kennelijke fout en dat hij onevenredig zwaar werd getroffen, onder meer vanwege lichamelijke klachten. Het College oordeelde dat geen steunaanvraag was ingediend met de opgave van mei 2007 en dat het verzoek van juni 2008 te laat was. Het beroep op overmacht faalde omdat de aanvraag door de echtgenote was ingevuld en de klachten van appellant niet maakten dat tijdige indiening onmogelijk was.
Het College benadrukte dat het de verantwoordelijkheid van de aanvrager is om duidelijk te maken of uitbetaling gewenst is en dat verweerder niet verplicht is motieven te onderzoeken. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel werd verworpen omdat de Europese regelgeving uitputtend bepaalt wanneer late indiening geoorloofd is. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de aanvraag bedrijfstoeslag wordt afgewezen wegens te late indiening zonder erkende overmacht.