ECLI:NL:CBB:2009:BJ2684
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- E.R. Eggeraat
- M.M. Smorenburg
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging last onder dwangsom wegens onduidelijke weegvoorschriften Meststoffenwet
Appellante, A B.V., kreeg een last onder dwangsom opgelegd wegens handelen in strijd met artikel 76, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, waarin het gebruik van een weegwerktuig wordt voorgeschreven. Verweerder handhaafde dit besluit, maar appellante stelde dat de regelgeving onvoldoende duidelijkheid biedt over de eis dat het weegwerktuig geijkt moet zijn.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde dat artikel 76, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet niet voldoende duidelijk, voorzienbaar en kenbaar maakt dat het wegen met een geijkt weegwerktuig verplicht is. De toelichting op de regeling en de verwijzing naar de IJkwet of Metrologiewet kunnen dit niet compenseren. Het beroep op het arrest van de Hoge Raad over het lex certa-beginsel slaagde niet omdat hier geen sprake is van een vage norm.
Het College vernietigde het bestreden besluit en herroept het besluit van 28 juni 2008. Tevens veroordeelde het College verweerder in de proceskosten van appellante en bepaalde dat het griffierecht wordt vergoed. Hiermee werd het beroep gegrond verklaard en het primaire besluit herroepen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom wordt vernietigd en herroepen.