ECLI:NL:CBB:2009:BJ8694
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A. van der Ham
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen boete wegens onvoldoende bestrijding knolcyperus op landbouwperceel
Appellant kreeg een teeltverbod opgelegd voor knolcyperus op een landbouwperceel en werd door het tuchtgerecht veroordeeld tot een boete van €400 wegens onvoldoende bestrijding. Bij controle werd op het perceel een hoge dichtheid knolcyperus aangetroffen in een stadium waarin de plant zich makkelijk verspreidt.
Appellant betwistte de boete en stelde dat hij onvoldoende begeleiding kreeg en dat onduidelijk is hoe knolcyperus effectief te bestrijden. Het HPA stelde dat appellant onvoldoende inspanningen heeft verricht en verwees naar circulaires en eerdere uitspraken die de verplichtingen verduidelijken.
Het College oordeelde dat de verplichting een inspanningsverplichting betreft en dat de feitelijke bevindingen voldoende bewijs zijn dat appellant onvoldoende heeft geïnspecteerd en bestreden. De opgelegde boete werd passend geacht gelet op de ernst van de overtreding en het risico van verdere verspreiding.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens onvoldoende bestrijding van knolcyperus wordt ongegrond verklaard en de boete van €400 gehandhaafd.