ECLI:NL:CBB:2009:BJ8731
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom Winkeltijdenwet
Verzoekster, een onderneming met een restaurant annex viswinkel, kreeg een last onder dwangsom opgelegd door burgemeester en wethouders wegens het ontbreken van een vereiste constructieve scheiding volgens de Drank- en Horecawet en mogelijke overtredingen van de Winkeltijdenwet.
Verzoekster stelde beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven en de rechtbank Middelburg en verzocht om schorsing van de besluiten. De rechtbank Middelburg vernietigde het bestreden besluit maar wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Verweerders gingen in hoger beroep bij de Raad van State, dat nog aanhangig is.
In de voorlopige voorzieningprocedure bij het College stelde verweerder dat de last onder dwangsom primair gebaseerd was op de Drank- en Horecawet en dat de Winkeltijdenwet slechts als achtergrond werd genoemd, waardoor er geen spoedeisend belang was voor schorsing.
De voorzieningenrechter oordeelde dat zelfs indien het besluit op de Winkeltijdenwet zou worden betrokken, verweerders geen uitvoering mochten geven aan het besluit zonder nieuwe besluiten te nemen. Er was geen spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening en het verzoek werd als kennelijk ongegrond afgewezen.
De voorzieningenrechter wees tevens een beroep op artikel 8:75 Awb Pro af en verklaarde het verzoek om voorlopige voorziening ongegrond.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.