ECLI:NL:CBB:2009:BK3469
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Weigering aanwezigheidsvergunning kansspelautomaten in grillroom zonder Drank- en Horecawetvergunning
Appellant exploiteert een grillroom en vroeg een vergunning aan voor het aanwezig hebben van twee kansspelautomaten. Verweerder weigerde deze vergunning omdat de inrichting als laagdrempelig werd aangemerkt en appellant niet beschikte over een Drank- en Horecawetvergunning, een vereiste voor het verkrijgen van de aanwezigheidsvergunning.
Appellant voerde aan dat zijn grillroom een hoogdrempelige inrichting is, omdat er driecomponentenmaaltijden worden geserveerd, en stelde dat een toezegging was gedaan dat bij aanpassingen een vergunning zou worden verleend. Ook stelde appellant dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden doordat een vergelijkbare horecagelegenheid wel kansspelautomaten mocht hebben.
Het College oordeelde dat appellant niet over de vereiste Drank- en Horecawetvergunning beschikt, waardoor de grillroom niet als hoogdrempelig kan worden aangemerkt. De bewering van een toezegging werd niet onderbouwd en het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de vergelijkbare horecagelegenheid geen kansspelautomaten meer had. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de aanwezigheidsvergunning voor kansspelautomaten wordt ongegrond verklaard.