ECLI:NL:CBB:2009:BK5115
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking varkensrechten maatschap wegens schending rechtszekerheid en vertrouwensbeginsel
Appellanten, de maatschap A-B en een vennoot, stelden beroep in tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit tot intrekking van hun varkensrechten per 1 september 1998. Deze rechten waren toegekend op grond van de Wet herstructurering varkenshouderij (Whv) en het Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij (Bhv).
Verweerder stelde dat het samenwerkingsverband binnen A-B niet zodanig was dat sprake was van één functionerend bedrijf vóór 10 juli 1997, mede op basis van een onderzoek door de Algemene Inspectiedienst (AID) waaruit bleek dat de varkensstal en landbouwgrond feitelijk niet door A-B werden gebruikt. Daarom concludeerde verweerder dat de varkensrechten ten onrechte waren toegekend en intrekking gerechtvaardigd was.
Appellanten betwistten dit en stelden dat het samenwerkingsverband wel degelijk bestond, met gezamenlijke mestboekhouding en gebruik van de varkensstal en landbouwgrond. Zij voerden aan dat intrekking met terugwerkende kracht in strijd is met de formele rechtskracht, rechtszekerheid en het vertrouwensbeginsel, mede gezien het tijdsverloop en het feit dat alle relevante feiten destijds bekend waren.
Het College oordeelde dat verweerder niet tijdig navraag had gedaan over de aard van de samenwerking en dat de omzetting van voorwaardelijke in definitieve rechten in 2001 zonder meer had plaatsgevonden. Gelet op de omstandigheden en het tijdsverloop mochten appellanten erop vertrouwen dat de rechten rechtmatig waren toegekend. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van varkensrechten wordt herroepen.