ECLI:NL:CBB:2009:BK7271
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing kennelijke fout bij aanvraag bedrijfstoeslag GLB-inkomenssteun 2006
Appellante, een landbouwbedrijf, had bij de aanvraag van de bedrijfstoeslag 2007 een deel van haar toeslagrechten niet opgegeven voor uitbetaling, wat zij als een kennelijke fout beschouwde. Verweerder stelde dat er geen sprake was van een kennelijke fout omdat het niet zijn taak is om de motieven van de aanvrager te onderzoeken.
Het College overwoog dat een kennelijke fout alleen kan worden aangenomen indien bij een summier onderzoek direct duidelijk is dat de aanvraag niet overeenkomt met de bedoeling van de aanvrager. Daarbij is van belang dat de fout onopzettelijk is, de aanvrager te goeder trouw handelt en bedrog wordt uitgesloten.
Het College constateerde dat appellante slechts een klein deel van haar toeslagrechten niet had opgegeven en dat dit verschil niet zo groot was dat het direct opviel bij een summier onderzoek. Bovendien kon niet worden uitgesloten dat er legitieme redenen waren om bepaalde percelen niet voor toeslaguitbetaling op te geven. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van de correctie van de aanvraag bedrijfstoeslag wegens kennelijke fout wordt ongegrond verklaard.