ECLI:NL:CBB:2009:BK7274
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing wijziging bedrijfstoeslag na uiterste indieningstermijn wegens vermeende kennelijke fout
Appellante had een aanvraag ingediend voor bedrijfstoeslag 2008 waarbij zij een perceel van 2,55 hectare niet had opgegeven voor toeslagrechten, terwijl zij hiervoor wel rechten had. Zij stelde dat sprake was van een kennelijke fout, omdat het onwaarschijnlijk was dat zij deze toeslagrechten niet wilde laten uitbetalen.
Verweerder stelde dat het niet aan hem was om de motieven van appellante te onderzoeken en dat het niet of niet volledig aanvragen van toeslagrechten niet automatisch een kennelijke fout betekent. Het College hanteerde het Europese Werkdocument AGR 49533/2002 en oordeelde dat alleen bij een duidelijke tegenstrijdigheid en een vergissing die bij een summier onderzoek opvalt, sprake kan zijn van een kennelijke fout.
Het College concludeerde dat het verschil tussen de aangevraagde toeslagrechten en de beschikbare rechten niet zo groot was dat het direct in het oog moest springen en dat het niet uitgesloten kon worden dat appellante een reden had om het perceel niet op te geven. Ook het feit dat appellante de aanvraag niet kon uitprinten en controleren, deed hieraan niet af.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van de bedrijfstoeslag 2008 wordt ongegrond verklaard.