ECLI:NL:CBB:2009:BL0650
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- R.F.B. van Zutphen
- C.J. Waterbolk
- Rechtspraak.nl
College vernietigt besluit over verdeling herstructureringssteun suiker wegens gebrek aan bevoegdheid
Appellante, een belangenbehartiger van loonwerkbedrijven, stelde beroep in tegen besluiten van de Minister van Landbouw over de verdeling van de herstructureringssteun voor de suikerindustrie, waarbij zij meende dat loonwerkers te weinig steun ontvingen ten opzichte van telers.
Het College oordeelde dat de besluiten van 28 januari en 25 februari 2008 als besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) aan te merken zijn en dus aan beroep onderhevig zijn. Vervolgens stelde het College ambtshalve vast dat de Minister niet bevoegd was om over de verdeling van de herstructureringssteun te beslissen, omdat een Nederlandse wettelijke regeling die deze bevoegdheid aan de Minister toekent ontbreekt.
De Minister had een beroep gedaan op artikel 15 van Pro de Landbouwwet, maar het College vond dat deze bepaling geen directe bestuursrechtelijke bevoegdheid verleent zonder nadere regeling, die niet is vastgesteld.
Gelet op het ontbreken van bevoegdheid werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, en ook de primaire besluiten herroepen. Daarnaast werd de Minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit over de verdeling van de herstructureringssteun wordt vernietigd wegens gebrek aan bevoegdheid van de Minister.