ECLI:NL:CBB:2009:BN5532
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen afwijzing ontheffing mestverbranding wegens bereikt plafond en loting
Appellant, een pluimveeondernemer, stelde beroep in tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin zijn aanvraag voor ontheffing van het verbod zonder productierechten pluimvee te houden werd afgewezen. Dit besluit volgde op een eerdere vernietiging van een bezwaarbeslissing door het College. Het geschil betreft de toepassing van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, waarin een plafond is gesteld aan het aantal diereenheden waarvoor ontheffing kan worden verleend, verdeeld over mestverbranding en mestverwerking.
Verweerder legde uit dat het plafond voor mestverbranding was bereikt bij lotnummer 121 en dat appellant lotnummer 222 had, waardoor zijn aanvraag terecht werd afgewezen. Appellant betwistte de transparantie en rechtmatigheid van de loting en stelde dat de regeling een illegaal gokspel zou zijn, daarnaast voerde hij aan dat verweerder niet tot een integrale heroverweging was gekomen.
Het College oordeelde dat de loting een rechtmatig middel is om binnen een plafond een rangorde te bepalen en dat het ontbreken van een individuele belangenafweging inherent is aan loting. Hoewel de aanvragen van collectieven aanvankelijk onvolledig waren, mocht verweerder deze als volledig beschouwen bij de loting. De grieven van appellant over rechtszekerheid, legaliteitsbeginsel en willekeur faalden. Ook het verzoek tot overheveling van diereenheden werd afgewezen vanwege beleidsvrijheid van verweerder. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van zijn ontheffingsaanvraag voor mestverbranding wordt ongegrond verklaard.