ECLI:NL:CBB:2010:BL3518
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- E.R. Eggeraat
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen doding verdachte geiten wegens Q-koorts
Verzoeker, een geitenhouder, werd door de Minister van Landbouw aangewezen als verdachte van Q-koortsbesmetting op zijn bedrijf, waarna maatregelen werden opgelegd waaronder het doden van alle verdachte drachtige en geslachtsrijpe mannelijke geiten. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening tegen deze besluiten.
De voorzieningenrechter beoordeelde de betrouwbaarheid van de gebruikte PCR-test en de onderzoeksresultaten van verschillende tankmelkmonsters. Hoewel de PCR-test als betrouwbaar werd beschouwd, waren er tegenstrijdige testuitslagen van monsters genomen op 4 en 25 januari 2010. Bovendien was het monster van 4 januari 2010 genomen door een Belgisch bedrijf, wat in strijd was met de geldende Regeling.
De rechter concludeerde dat de beschikbare testresultaten onvoldoende concrete en betrouwbare aanwijzingen boden voor besmetting met de Q-koortsbacterie op het bedrijf van verzoeker. Daarom werd de maatregel tot doding van de geiten geschorst. De rechter wees erop dat bij nader onderzoek een ander oordeel mogelijk is en veroordeelde verweerder in de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: De maatregel tot doding van verdachte drachtige en geslachtsrijpe mannelijke geiten wordt geschorst wegens onvoldoende betrouwbare aanwijzingen voor Q-koortsbesmetting.