ECLI:NL:CBB:2010:BM1539
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- C.J. Waterbolk
- P. Fortuin
- Rechtspraak.nl
Vaststelling toeslagrechten na productieomschakeling melk naar schapen
Appellant, een landbouwer die zijn productie heeft omgeschakeld van melkvee naar schapen, maakte bezwaar tegen de vaststelling van zijn toeslagrechten door verweerder. Verweerder had het aantal toeslagrechten berekend op basis van het gemiddelde areaal in de referentieperiode, inclusief het jaar 2000, waarin nog melkveehouderij werd uitgeoefend, en een extra referentiebedrag uit de nationale reserve verdeeld over het aantal hectares van het eerste jaar van de bedrijfstoeslagregeling.
Appellant betoogde dat het hoge aantal toeslagrechten gebaseerd op het jaar 2000 onredelijk was, omdat hij toen nog melkvee hield en het areaal later was verminderd vanwege de omschakeling naar schapen. Hij stelde dat het jaar 2000 buiten beschouwing moest worden gelaten en dat het aantal toeslagrechten op basis van het werkelijke areaal na omschakeling moest worden vastgesteld.
Het College oordeelde dat artikel 23 van Pro Verordening (EG) nr. 795/2004 een speciale regeling bevat voor omschakeling van melk naar andere productie, en dat het referentiebedrag volledig gedeeld moet worden door het aantal hectares van het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling. De door verweerder toegepaste methode, waarbij het referentiebedrag werd verdeeld over een groter aantal hectares uit de referentieperiode, was niet verenigbaar met deze regeling.
Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het College bepaalde zelf dat appellant recht heeft op 53,96 toeslagrechten met een waarde van €229,98 per recht. Tevens werden de proceskosten van appellant toegewezen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en appellant krijgt 53,96 toeslagrechten toegekend met een waarde van €229,98 per recht.