ECLI:NL:CBB:2010:BM1827
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering kennelijke fout bij bedrijfstoeslag GLB 2007
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw om haar bedrijfstoeslag voor 2007 vast te stellen en het bezwaar ongegrond te verklaren. Zij stelde dat zij per abuis een perceel met braaktoeslagrechten verkeerd had opgegeven en dit als een kennelijke fout in de zin van artikel 19 van Pro Verordening (EG) nr. 796/2004 moest worden aangemerkt.
De Minister wees dit af omdat de aanvraag objectief niet onlogisch of onbegrijpelijk was ingevuld en het niet tot zijn taak behoort om motieven van aanvragers te beoordelen. Het College overwoog dat een kennelijke fout alleen kan worden aangenomen als bij een summier onderzoek duidelijk is dat de aanvraag niet overeenkomt met de bedoeling van de aanvrager. Gezien de omstandigheden was het niet uitgesloten dat appellante goede redenen had om het perceel niet voor braaktoeslagrechten op te geven.
Verder stelde het College vast dat de beslissing op het bezwaar te laat was genomen, maar dit leidde niet tot gegrondverklaring van het beroep. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de correctie van de toeslagrechten blijft gehandhaafd.