ECLI:NL:CBB:2010:BM2454
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Geen kennelijke fout bij gedeeltelijke bedrijfstoeslag aanvraag volgens GLB-regeling
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin het bezwaar tegen de vastgestelde bedrijfstoeslag 2008 ongegrond werd verklaard. Zij voerden aan dat zij per abuis slechts een deel van hun toeslagrechten hadden opgegeven voor uitbetaling, wat volgens hen een kennelijke fout was in de zin van artikel 19 van Pro Verordening (EG) nr. 796/2004.
De Minister stelde dat appellanten pas na de uiterste datum voor wijziging van de aanvraag hun fout kenbaar maakten en dat geen sprake was van een kennelijke fout omdat er geen tegenstrijdigheid in de aanvraag was. Het College oordeelde dat een kennelijke fout alleen kan worden aangenomen indien een summier onderzoek direct wijst op een vergissing en het redelijkerwijs uitgesloten is dat de aanvraag conform de bedoeling van de aanvrager is ingevuld.
Het College concludeerde dat appellanten een groot deel van hun toeslagrechten hadden benut en het verschil tussen aangevraagde en maximale toeslag niet zodanig groot was dat het direct in het oog moest springen. Ook al hadden appellanten aangegeven dat zij meer percelen wilden benutten, was er onvoldoende aanleiding om te concluderen dat sprake was van een kennelijke fout. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen kennelijke fout in de toeslagaanvraag is vastgesteld.