ECLI:NL:CBB:2010:BM2649
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- E.R. Eggeraat
- J.L.W. Aerts
- M.M. Smorenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuursdwang bij inbewaringneming verwaarloosde hond wegens onvoldoende medische zorg
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om hun hond, een bordercollie genaamd Boris, in bewaring te nemen wegens verwaarlozing. De hond had ernstige huidproblemen, was voor tweederde kaal en had vlooien. Appellanten stelden dat de hond homeopathisch werd behandeld vanwege een allergie en ontkenden verwaarlozing.
Het College oordeelde dat appellanten de artikelen 36 en 37 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren hadden overtreden door de noodzakelijke diergeneeskundige hulp te onthouden. De medische rapporten toonden aan dat de hond een langdurige vlooienallergie had die niet adequaat werd behandeld. De situatie was dermate ernstig en spoedeisend dat bestuursdwang zonder voorafgaand besluit gerechtvaardigd was.
Gezien de eerdere ervaringen met honden van appellanten en het ontbreken van zicht op verbetering, handhaafde het College het besluit tot bestuursdwang. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot bestuursdwang en inbewaringneming van de hond wordt ongegrond verklaard.