ECLI:NL:CBB:2010:BM3419
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing bedrijfstoeslag en kennelijke fout bij toeslagrechten
Appellant, een melkveehouderijbedrijf, stelde beroep in tegen een besluit van de Minister van Landbouw waarin de bedrijfstoeslag voor 2007 werd vastgesteld na aftrek van een modulatiekorting. Appellant voerde aan dat hij ten onrechte niet al zijn toeslagrechten had laten uitbetalen en dat sprake was van een kennelijke fout bij de aanvraag. Tevens stelde hij dat het besluit in strijd was met het evenredigheidsbeginsel.
Het College overwoog dat een kennelijke fout alleen kan worden aangenomen indien bij een summier onderzoek van de aanvraag duidelijk moet zijn dat de aanvraag niet overeenkomt met de bedoeling van de aanvrager. Gezien het verschil tussen het aantal opgegeven toeslagrechten en het maximaal beschikbare aantal, en de bijzondere omstandigheden zoals niet opgegeven verkochte percelen, was er geen aanleiding tot het aannemen van een kennelijke fout.
Verder oordeelde het College dat het niet aan de verweerder is om de motieven van de aanvrager te onderzoeken en dat het Europese recht geen ruimte laat voor een belangenafweging in het kader van het evenredigheidsbeginsel bij de afwijzing van verzoeken om wijziging na de uiterste indieningstermijn.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van de bedrijfstoeslag wordt ongegrond verklaard.