ECLI:NL:CBB:2010:BM4260
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- E.R. Eggeraat
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen maatregel NZa wegens aanmerkelijke marktmacht apotheek
Apotheek A werd door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) een voorlopige maatregel opgelegd op grond van artikel 49 Wmg Pro wegens een vermoedelijke aanmerkelijke marktmacht (AMM) op de lokale markt voor farmaceutische hulpverlening. De maatregel verplichtte de apotheek om onder redelijke voorwaarden te voldoen aan redelijke verzoeken van zorgverzekeraars, met het oog op het preferentiebeleid van zorgverzekeraar Menzis.
Verzoekster betwistte de bevoegdheid van de NZa, het bestaan van AMM, het spoedeisend belang en de proportionaliteit van de maatregel. Zij verwees onder meer naar het preferentiebeleid dat zij niet accepteert en een overeenkomst die zij met zorgverzekeraar CZ had gesloten zonder preferentievoorwaarden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de NZa bevoegd is en dat de apotheek inderdaad een AMM-positie heeft op de zeer lokaal afgebakende markt. Echter, door de nieuwe overeenkomst met CZ, die een groot deel van de cliënten dekt, is het spoedeisend belang voor handhaving van de maatregel aanzienlijk verminderd. De maatregel werd daarom geschorst en de NZa werd veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De voorlopige maatregel van de NZa wordt geschorst wegens verminderd spoedeisend belang door overeenkomst tussen apotheek en CZ.