ECLI:NL:CBB:2010:BM4362
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- R.F.B. van Zutphen
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning voor kansspelautomaten in horecagelegenheid met bowlingbaan
Appellanten exploiteren een horecagelegenheid bestaande uit een hotel, restaurant, bar en bowlingbaan. Zij hadden voor 2007 een vergunning voor twee kansspelautomaten gekregen, maar de aanvraag voor 2008 werd door de burgemeester geweigerd omdat de inrichting niet als hoogdrempelig kon worden aangemerkt.
De burgemeester stelde dat de bowlingbaan een zelfstandige activiteit is die het café- of restaurantbezoek overstijgt en dat de bar niet als een voldoende afgescheiden horecalokaliteit kan worden beschouwd vanwege de open verbinding met de bowlingbaan. Appellanten voerden aan dat zij recht hadden op vergunning op grond van het vertrouwensbeginsel en boden aan een scheidingswand te plaatsen.
Het College oordeelde dat het vertrouwensbeginsel niet van toepassing is omdat de vergunningverlening jaarlijks moet worden getoetst aan de wet en gewijzigde omstandigheden. De bereidheid tot het plaatsen van een scheidingswand na het besluit is niet relevant voor de beoordeling van het bestreden besluit. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de vergunning voor twee kansspelautomaten wordt ongegrond verklaard.