ECLI:NL:CBB:2010:BM6072
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling bedrijfstoeslag 2007 vanwege betwiste oppervlakte perceel
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van de Minister van Landbouw over de vaststelling van zijn bedrijfstoeslag 2007, omdat de oppervlakte van een perceel grasland kleiner werd vastgesteld dan door hem opgegeven. Verweerder had bij controles vastgesteld dat perceel 2 een kleinere subsidiabele oppervlakte had dan appellant had opgegeven, mede door de aanwezigheid van vier schuren en andere niet-subsidiabele elementen.
Na administratieve, ter plaatse en teledetectiecontroles stelde verweerder de subsidiabele oppervlakte vast op 0,43 hectare, terwijl appellant 0,53 hectare had opgegeven. Appellant voerde aan dat hij aangrenzend grond had bijgehuurd en dat hij mocht vertrouwen op de bedrijfskaart en gegevens van Alterra. Het College oordeelde dat de subsidiabele oppervlakte maximaal gelijk kan zijn aan de topografische oppervlakte en dat niet-landbouwgrond zoals schuren niet meetelt.
Het College overwoog dat appellant de bijgehuurde grond apart had moeten opgeven en intekenen om daarvoor toeslag te ontvangen. De door verweerder gehanteerde oppervlakte was de meest gunstige uitkomst van de controles. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de bedrijfstoeslag 2007 wordt ongegrond verklaard vanwege de juiste vaststelling van de subsidiabele oppervlakte op 0,43 hectare.