ECLI:NL:CBB:2010:BM6073
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op bedrijfstoeslag wegens niet voldoen percelen aan definitie akkerland
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van de Minister van Landbouw waarin de bedrijfstoeslag 2007 werd vastgesteld en het bezwaar ongegrond werd verklaard. Verweerder had vastgesteld dat een groot deel van de door appellant opgegeven percelen niet voldeed aan de definitie van akkerland zoals omschreven in Europese regelgeving, waardoor een korting werd toegepast op de toeslag.
Appellant voerde aan dat hij te goeder trouw handelde, de percelen had gekocht in 2005 en telefonisch had navraag gedaan bij het LNV-loket, waarbij hem was medegedeeld dat de percelen voldeden aan de definitie. Ook wees hij op eerdere goedkeuring van de percelen in 2006.
Het College oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd dat de percelen voldeden aan de definitie akkerland. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen bewijs was van toezeggingen en Europese regelgeving geen gewettigd vertrouwen op strijdige behandeling toestaat. Ook de eerdere goedkeuring in 2006 bood geen rechten voor latere jaren. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel werd verworpen omdat de korting wettelijk verplicht was.
Daarom verklaarde het College het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de percelen voldoen aan de definitie akkerland.