ECLI:NL:CBB:2010:BM6155
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- R.F.B. van Zutphen
- H.S.J. Albers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tijdigheid en korting bedrijfstoeslag 2006 bij ontbrekende initiële aanvraag
Appellante diende een gecombineerde opgave in voor de bedrijfstoeslag 2006, maar een initiële aanvraag tot vaststelling van toeslagrechten werd niet of te laat ontvangen door de Dienst Regelingen. Verweerder paste daarom een korting van 51% toe op de toeslag.
Appellante voerde aan dat de initiële aanvraag wel was verzonden in een pakket met andere documenten, maar deze was zoekgeraakt. Het College oordeelde dat de ontvangsttheorie geldt en dat de aanvraag pas is ingediend bij ontvangst door het bestuursorgaan. De stukken en verklaringen boden onvoldoende bewijs dat de initiële aanvraag tijdig was ontvangen.
Het beroep op overmacht werd verworpen omdat niet was aangetoond dat er abnormale en onvoorziene omstandigheden waren. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat duidelijke Europese regelgeving aan de orde was. De korting was terecht toegepast op basis van de fictie dat de aanvraag op 9 juni 2006 was ingediend.
Appellante stelde dat sprake was van een kennelijke fout, maar het College oordeelde dat dit alleen relevant is indien een aanvraag is ingediend, wat hier niet het geval was. De procedure duurde ongeveer twee jaar en zeven maanden, wat binnen de redelijke termijn viel. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de korting op de bedrijfstoeslag 2006 wegens het ontbreken van een tijdige initiële aanvraag wordt ongegrond verklaard.