ECLI:NL:CBB:2010:BM8656
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- E.R. Eggeraat
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder bestuursdwang vaccinatieplicht Q-koorts
Verzoeker exploiteert een geitenmelkerij en werd door de Minister van Landbouw een last onder bestuursdwang opgelegd om zijn geiten tegen Q-koorts te vaccineren. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening, stellende dat de vaccinatieplicht onredelijk is en het vaccin niet geregistreerd is. Hij vreesde besmetting door de veearts en betoogde dat ook vleesschapen de bacterie kunnen verspreiden, terwijl alleen melkschapen en melkgeiten onder de regeling vallen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vaccinatieplicht voldoende is onderbouwd en niet in strijd is met het verbod van willekeur. De beperking tot melkschapen en melkgeiten is gerechtvaardigd omdat deze dieren de belangrijkste besmettingsbron vormen. De vrijstelling voor het niet-geregistreerde vaccin is geldig tot 1 januari 2011. Het risico van besmetting door de veearts wordt als theoretisch en gering beschouwd, mede door hygiëneprotocollen.
Gezien de ernst van de Q-koortsuitbraak en het belang van volksgezondheid en andere geitenhouders, weegt het belang van de vaccinatieplicht zwaarder dan het belang van verzoeker. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Dit oordeel is voorlopig en bindt niet in een bodemprocedure.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder bestuursdwang tot vaccinatie van geiten tegen Q-koorts wordt afgewezen.