ECLI:NL:CBB:2010:BN0329
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing bezwaar bedrijfstoeslag 2008 wegens geen kennelijke fout
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarbij zijn bedrijfstoeslag voor 2008 werd vastgesteld op basis van een overzicht van 16,46 hectare terwijl hij beschikte over 28,99 toeslagrechten. Appellant voerde aan dat hij door psychische overmacht niet alle percelen had opgegeven, omdat hij ten onrechte aannam dat de verkoop van grond en pacht in het voorjaar van 2008 zou plaatsvinden, terwijl dit pas in november 2008 plaatsvond.
Verweerder wees het beroep af omdat appellant niet binnen de vereiste termijn van 10 werkdagen na het ontstaan van overmacht melding had gemaakt, zoals voorgeschreven in artikel 72 van Pro Verordening (EG) nr. 796/2004. Daarnaast was er volgens verweerder geen sprake van een kennelijke fout in de aanvraag, omdat uit het overzicht geen aanwijzing bleek dat appellant meer percelen wilde opgeven.
Het College overwoog dat appellant pas in het beroepschrift overmacht aanvoerde, waardoor verweerder hier geen rekening mee kon houden. Het College volgde de jurisprudentie dat een kennelijke fout alleen kan worden aangenomen als bij summiere controle duidelijk was dat de aanvraag niet overeenkwam met de bedoeling van appellant. Dit was niet het geval. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van zijn bezwaar tegen de bedrijfstoeslag 2008 wordt ongegrond verklaard.