ECLI:NL:CBB:2010:BN0503
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- E.R. Eggeraat
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking chauffeurspas
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat om zijn chauffeurspas in te trekken op grond van het niet tijdig overleggen van een geldige verklaring omtrent gedrag. De intrekking vond plaats nadat verzoeker niet binnen de gestelde termijn een nieuwe verklaring had aangeleverd, ondanks een eerdere verlenging.
Verzoeker stelde dat de intrekking onredelijk was omdat de beslissing op zijn aanvraag voor een nieuwe verklaring omtrent gedrag nog in behandeling was en dat hij hierdoor zijn inkomen verloor. De voorzieningenrechter overwoog dat de bevoegdheid tot intrekking op grond van artikel 77, tweede lid, aanhef en onder c, van het Besluit personenvervoer 2000 gegeven was, omdat verzoeker niet tijdig aan de verplichting had voldaan.
De voorzieningenrechter vond geen bijzondere omstandigheden die een intrekking in dit geval onrechtvaardig zouden maken. De financiële gevolgen voor verzoeker waren onvoldoende om de intrekking te voorkomen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de chauffeurspas wordt afgewezen.