ECLI:NL:CBB:2010:BN0921
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing wijziging bedrijfstoeslag wegens kennelijke fout en overmacht
Appellant had in 2007 niet al zijn subsidiabele percelen opgegeven voor uitbetaling van toeslagrechten, waardoor een deel van de toeslag niet werd verzilverd. Hij stelde dat dit een kennelijke fout was veroorzaakt door het plotselinge overlijden van zijn zoon, die de administratie voerde, en beriep zich tevens op overmacht.
Verweerder wees het verzoek tot wijziging af omdat het na de kortingsperiode was ingediend en omdat er volgens hem geen sprake was van een kennelijke fout. Ook het beroep op overmacht werd verworpen omdat appellant voorzieningen had kunnen treffen om de aanvraag correct te laten invullen.
Het College oordeelde dat het beroep op overmacht niet slaagt en dat het niet opgeven van alle percelen in beginsel geen kennelijke fout is. Echter, in dit specifieke geval was het opvallend dat appellant slechts 73% van zijn subsidiabele hectaren had opgegeven, wat aanleiding gaf te vermoeden dat de aanvraag niet overeenkwam met zijn bedoeling.
Omdat appellant niet de gelegenheid was geboden de aanvraag te corrigeren, verklaarde het College het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder opnieuw op het bezwaar moet beslissen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder moet opnieuw beslissen met inachtneming van de uitspraak.