ECLI:NL:CBB:2010:BN0923
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing wijziging bedrijfstoeslag wegens vermeende kennelijke fout
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarbij het bezwaar tegen de vaststelling van de bedrijfstoeslag 2008 werd afgewezen. Appellant stelde dat een perceel abusievelijk niet was opgegeven voor uitbetaling van toeslagrechten, hetgeen volgens hem een kennelijke fout was die correctie rechtvaardigde.
De Minister en het College oordeelden dat er geen sprake was van een kennelijke fout. Het verschil tussen de aangevraagde toeslagrechten en de maximaal beschikbare rechten was niet zodanig dat dit bij een summier onderzoek direct had moeten opvallen. Bovendien staat het een landbouwer vrij om niet alle toeslagrechten te laten uitbetalen, bijvoorbeeld vanwege subsidiabiliteitsvoorwaarden of controleoverwegingen.
Het College verwees naar artikel 19 van Pro Verordening (EG) nr. 796/2004 en het daarbij behorende Werkdocument van de Europese Commissie, waarin wordt gesteld dat een kennelijke fout alleen erkend wordt indien duidelijk is dat de aanvraag niet overeenkomt met de bedoeling van de aanvrager en dat de fout onopzettelijk is gemaakt. Dit was hier niet het geval.
Gelet op de feiten en de jurisprudentie concludeerde het College dat appellant geen reden had om het perceel niet op te geven en dat de aanvraag samenhangend was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het bezwaar tegen de vaststelling van de bedrijfstoeslag 2008 wordt ongegrond verklaard.