ECLI:NL:CBB:2010:BN4328

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
17 augustus 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 10/515
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • R.F.B. van Zutphen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 BoswetArt. 8 BoswetArt. 7:1 AwbArt. 1:3 AwbArt. 19 Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen mededeling herplantplicht op grond van de Boswet

Het geschil betreft een beroep van het Recreatieschap Hitlandbos tegen een mededeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan de NAM over een velling van houtopstand en de daaraan verbonden herplantplicht op grond van artikel 3 van Pro de Boswet.

De Minister had NAM medegedeeld dat een velling niet was gemeld en dat daardoor een herplantplicht ontstond. NAM voerde bezwaar aan en overtuigde de Minister dat de meldings- en herplantplicht niet van toepassing was, waarna de zaak werd gesloten. Het Recreatieschap stelde beroep in tegen deze sluiting.

Het College oordeelt dat de mededeling van de Minister geen besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb Pro waartegen bezwaar en beroep openstaan. De herplantplicht vloeit rechtstreeks uit de wet voort en de mededeling is slechts een kennisgeving, geen besluit.

Daarom verklaart het College het beroep niet-ontvankelijk en ziet af van verdere behandeling. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd. Het College wijst op de mogelijkheid van verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep tegen de mededeling over de herplantplicht wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven
(eerste enkelvoudige kamer)
AWB 10/515 17 augustus 2010
11010 Boswet
Herplantplicht
Uitspraak in de zaak van:
Recreatieschap Hitlandbos, te Nieuwerkerk aan den IJssel, appellant,
gemachtigde: mr. J.P. de Man, advocaat te Rotterdam,
tegen
de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder,
gemachtigde: mr. T. Sarkol, werkzaam bij verweerders Dienst Regelingen.
1. Het procesverloop
Bij brief van 17 februari 2010 heeft verweerder aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (hierna: NAM) mededeling gedaan van een velling van een houtopstand die niet op grond van artikel 2 van Pro de Boswet is gemeld, alsmede van de door die velling ontstane verplichting tot herbeplanting als bedoeld in artikel 3 van Pro de Boswet.
Op 26 februari 2010 heeft NAM op deze brief van verweerder gereageerd, welke brief op 17 maart 2010 door verweerder is beantwoord.
Vervolgens heeft NAM op 9 april 2010 gereageerd op de brief van verweerder van 17 maart 2010.
Op 17 mei 2010 heeft verweerder naar aanleiding van de brief van NAM van 9 april 2010 medegedeeld dat NAM hem ervan heeft overtuigd dat de meldings- en herplantplicht op de betreffende velling niet van toepassing is en dat om die reden de zaak weer wordt afgesloten.
Tegen deze mededeling heeft appellant bij brief van 31 mei 2010, bij het College binnengekomen op dezelfde dag, beroep ingesteld.
Op 8 juni 2010 heeft appellant de gronden van het beroep aangevuld.
Bij brief van 8 juli 2010 heeft verweerder een verweerschrift ingediend en de op de zaak betrekking hebbende stukken toegezonden.
Op 21 juli 2010 heeft appellant een nader stuk ingediend.
2. De beoordeling van het geschil
2.1 Ingevolge artikel 8 van Pro de Boswet kan een belanghebbende tegen op grond van afdeling II van die wet genomen besluit beroep instellen bij het College.
Artikel 7:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat degene aan wie het recht is toegekend tegen een besluit beroep in te stellen, alvorens beroep in te stellen tegen dat besluit bezwaar dient te maken.
Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Awb wordt onder een besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
2.2 Het beroep van appellant richt zich tegen een brief van verweerder van 17 mei 2010. In deze brief heeft verweerder het door NAM aangevoerde bezwaar tegen de mededeling bij brief van 17 februari 2010 dat NAM geen melding heeft gemaakt van de velling van een houtopstand, zodat daardoor op grond van artikel 3 van Pro de Boswet een verplichting tot herbeplanting is ontstaan, gehonoreerd en aan NAM bericht dat de zaak zal worden gesloten.
2.3 Naar het oordeel van appellant dient de mededeling van 17 februari 2010 te worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro, waartegen bezwaar en beroep openstaat.
2.4 De verplichting tot herbeplanting, waarop in der hiervoor onder 2.2 bedoelde mededeling wordt gewezen, vloeit rechtstreeks voort uit artikel 3, eerste lid, van de Boswet. Naar vaste jurisprudentie van het College is een mededeling hieromtrent niet aan te merken als een besluit waartegen beroep kan worden ingesteld bij het College. Daaraan doet niet af dat een dergelijke mededeling steunt op een oordeel van verweerder omtrent het al dan niet van toepassing zijn van bepalingen van de Boswet.
2.5 Gelet op het voorgaande acht het College het beroep van appellant kennelijk niet ontvankelijk. Voortzetting van het onderzoek is derhalve niet nodig. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Met toepassing van artikel 19 van Pro de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie in samenhang met artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht leidt dit tot de volgende uitspraak.
3. De beslissing
Het College verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gewezen door mr. R.F.B. van Zutphen, in tegenwoordigheid van mr. O.C. Bos als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 17 augustus 2010.
w.g. R.F.B. van Zutphen w.g. O.C. Bos
Verzonden op:
Een belanghebbende kan tegen deze uitspraak ingevolge artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na de dag van verzending gemotiveerd verzet doen bij het College, door middel van een ondertekend verzetschrift.